Daar aan de Stichtse lustwaranda
Vindt u de parel van het Sticht
Met veel maatschappelijke standen
Heeft men het knusjes ingericht
Elk huisje heeft er een garage
Elk huisje staat op eigen erf
Men lijdt er aan vitrage-rage
En alles keurig in de verf
Daar zie je groengeverfde serres
En hier en daar ’n orangerie
Daar zie je ouwe uit-de-tijdse douairieres
Passe defini
’k Heb bij die tuinbaas vaak gekeken
In jarenlange dienst vergrijsd
Die veel vertelt nog van z’n freule met haar streken
En niets geerfd heeft dan ’t geaffecteerde spreken
Da’s op en top Zeist
Veel lieden hebben daar de banen
Van makelaar en econoom
Daar heten alle straten ’lanen’
Al staat er anderhalve boom
Een honderdtal oud-predikanten
Rekt er het schamele bestaan
Dat zijn heus geen notarisklanten
Maar wonen doen ze in een laan
’k Zie al die huisjes keurig netjes
’Repos ailleurs’ en ’Mon abri’
’k Zie die mevrouwen allemaal een beetje vetjes
Gekleed dernier cri
’k Zie die meneer met haastige pasje
Die jaar en dag naar Utrecht reist
Half negen ’s morgens met z’n hoedje en z’n jasje
Vier sneetjes brood in een papiertje in z’n tasje
Da’s op en top Zeist
Waar elke taartjeszaak ’maison’ heet
Waar iedereen de ander kent
Daar waar een kamer nog ’salon’ heet
En waar j’al heel gauw iemand bent
Daar aan de Stichtse lustwaranda
Waar ’n visboer leurt met zalm en kreeft
(Want mossels zijn er contrabande)
Waar rustend Holland zit en leeft
Waar met veel ring- en snoergeflonker
’t Publiek zich in de schouwburg zet
Waar men alleen maar durft te lachen in het donker
Om ’t Hemelbed
Het dorp waar adellijke stellen
Staan op de kunstkring ledenlijst
Waar kunst is synoniem met lakschoenen die knellen
En waar z’elkaar de laatste mesalliance vertellen
Da’s op en top Zeist